Wet VBAR 2026: Stand van Zaken per 3 april 2026
Geverifieerd overzicht van de Wet VBAR in 2026: wat op 6 maart 2026 veranderde, wat op 3 april 2026 de actuele stand is en wat het rechtsvermoeden tot €38 per uur betekent.
Deze pagina is geen algemene uitleg over oude VBAR-plannen, maar een statusdossier. De inhoud hieronder is herzien op 3 april 2026 op basis van Rijksoverheid- en Belastingdienst-publicaties. Waar oudere overheidswebpagina's nog het oorspronkelijke VBAR-verhaal tonen, benoemen we dat expliciet en volgen we voor de actuele stand de latere kamerstukken en nieuwsberichten.
Stand van zaken op 3 april 2026
Samenvatting in 60 seconden
- De Wet VBAR is nog niet van kracht. Op de FAQ-pagina van de Rijksoverheid staat nog steeds dat de beoogde inwerkingtreding 1 juli 2026 is, maar dat is niet meer het hele verhaal.
- Op 6 maart 2026 schrapte het kabinet het verduidelijkingsdeel van het VBAR-wetsvoorstel. Het kabinet wil daarvoor verder met een aparte Zelfstandigenwet.
- Het onderdeel rechtsvermoeden blijft wel over. Dat deel ziet op werkenden tot €38 per uur, peildatum 1 januari 2026.
- Handhaving op schijnzelfstandigheid loopt al. De Belastingdienst controleert sinds 1 januari 2025 weer volledig.
- De praktijk blijft doorslaggevend. Een contract helpt, maar bepaalt niet alleen de uitkomst; hoe er feitelijk wordt gewerkt blijft leidend.
Bronnen: Rijksoverheid nieuwsbericht van 6 maart 2026, FAQ schijnzelfstandigheid en Aanpak schijnzelfstandigheid.
Wat veranderde op 6 maart 2026?
De grootste fout die wij op veel websites zien: doen alsof het volledige VBAR-pakket nog steeds ongewijzigd richting 1 juli 2026 gaat. Dat klopt niet meer. De Rijksoverheid meldde op 6 maart 2026 dat het kabinet het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel VBAR schrapt. In hetzelfde bericht staat ook dat het kabinet vaart wil maken met het deel over het rechtsvermoeden voor werkenden die tot €38 per uur verdienen.
De naam “VBAR” leeft nog volop in zoekopdrachten en oudere pagina’s, maar onder die vlag lopen per 3 april 2026 feitelijk twee sporen door elkaar:
1. het verduidelijkingsdeel van het oude wetsvoorstel, dat op 6 maart 2026 is geschrapt;
2. het rechtsvermoeden voor lage uurtarieven, dat als overblijvend wetsdeel doorloopt.
De nota naar aanleiding van het verslag van 19 maart 2026 bevestigt dit nog scherper. Daarin staat dat vragen over het verduidelijkingsonderdeel niet meer worden beantwoord, omdat dit onderdeel is vervallen. De regering schrijft vervolgens dat zij juist snel verder wil met het onderdeel rechtsvermoeden.
Bronnen: Rijksoverheid, 6 maart 2026 en Kamerstuk van 19 maart 2026.
Wat geldt nu al, ook zonder nieuwe wet?
Wie wacht op “de nieuwe wet” mist een belangrijk punt: de overheid handhaaft al. De Rijksoverheid schrijft dat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer volledig controleert op schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat de discussie voor veel opdrachtgevers en zzp’ers niet pas in 2026 begint, maar al loopt.
| Onderdeel | Stand per 3 april 2026 | Wat betekent dit? |
|---|---|---|
| Handhaving Belastingdienst | Loopt sinds 1 januari 2025 | Opdrachtgevers kunnen een naheffing voor loonheffingen krijgen als feitelijk sprake is van loondienst. |
| Volledige VBAR | Niet in werking | Je kunt dus niet doen alsof alle oude VBAR-criteria al als nieuwe wet gelden. |
| Verduidelijkingsdeel | Geschrapt op 6 maart 2026 | Dit deel gaat niet meer door in de oorspronkelijke vorm. |
| Rechtsvermoeden | Wetsvoorstel loopt door | Dit moet vooral laagbetaalde werkenden helpen om makkelijker een arbeidsovereenkomst te claimen. |
Er is nog een tweede praktisch punt dat vaak verkeerd wordt samengevat. In het nieuwsbericht van 18 december 2024 staat dat er over het kalenderjaar 2025 geen boetes worden opgelegd bij de herstart van de handhaving, en dat goedgekeurde modelovereenkomsten automatisch zijn verlengd tot en met 31 december 2029. Dat maakt modelovereenkomsten niet beslissend, maar het betekent wel dat het oude verhaal “modelovereenkomsten zijn waardeloos” te grof is.
Bronnen: Aanpak schijnzelfstandigheid en Rijksoverheid, 18 december 2024.
Wat betekent het rechtsvermoeden tot €38 per uur?
Volgens het kabinetsbericht van 6 maart 2026 gaat het om zzp’ers die tot €38 per uur verdienen, met als peildatum 1 januari 2026. De nota van 19 maart 2026 gebruikt dezelfde grens en koppelt dit expliciet aan werkenden in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt.
Dat bedrag is geen algemeen “minimum zzp-tarief” en ook geen garantie dat iemand boven €38 per uur automatisch veilig zit. Het is specifiek de grens waar het rechtsvermoeden op ziet. Onder die grens moet de opdrachtgever, als de werkende zich erop beroept, aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is.
Wat het rechtsvermoeden wel en niet is
- Wel: een procespositie voor werkenden met een laag tarief.
- Niet: een volledig nieuw toetsingskader voor alle zzp-opdrachten.
- Wel: bedoeld om een kwetsbare groep makkelijker rechten te laten opeisen.
- Niet: een bewijs dat iedere opdracht onder €38 per uur automatisch loondienst is.
De nota van 19 maart 2026 noemt bovendien een politiek relevante datum: voor een mogelijke aanpassing van de HVP-mijlpaal is het van belang dat het onderdeel rechtsvermoeden uiterlijk 31 augustus 2026 in het Staatsblad is gepubliceerd. Dat is geen bevestiging dat de wet al van kracht is; het is juist een aanwijzing dat de parlementaire route nog loopt.
Bronnen: Nieuwsbericht van 6 maart 2026 en Kamerstuk van 19 maart 2026.
Waar kijkt de overheid nu naar bij schijnzelfstandigheid?
Voor de dagelijkse praktijk is de belangrijkste les niet “welke nieuwe VBAR-regel komt eraan?”, maar hoe de overheid nu al kijkt naar een arbeidsrelatie. De Rijksoverheid verwijst opdrachtgevers en opdrachtnemers naar de keuzehulp “Het juiste contract: zzp ja of nee?”. Die keuzehulp werkt met 10 vragen en geeft nadrukkelijk aan dat de uitslag geen zekerheid biedt voor een specifieke situatie. De uitkomst helpt vooral om samen het gesprek te voeren.
Ook relevant: de Rijksoverheid zegt expliciet dat meerdere opdrachtgevers niet altijd doorslaggevend zijn. Verder staat in de nota van 19 maart 2026 dat de feitelijke uitvoering doorslaggevend blijft. Als op papier staat dat jij vrij bent in de uitvoering, maar de opdrachtgever in de praktijk toch bepaalt hoe het werk moet gebeuren, dan weegt die praktijk zwaarder dan het contract.
| Vaak verkeerd samengevat | Wat de bronnen echt zeggen |
|---|---|
| “Met meerdere opdrachtgevers ben je altijd veilig.” | Nee. De Rijksoverheid noemt meerdere opdrachtgevers slechts één factor. |
| “Een modelovereenkomst lost alles op.” | Nee. Contracten helpen, maar de feitelijke uitvoering blijft bepalend. |
| “Boven €38 per uur is er geen risico.” | Nee. De grens hoort bij het rechtsvermoeden, niet bij de volledige beoordeling van iedere arbeidsrelatie. |
| “De nieuwe wet geeft straks volledige zekerheid vooraf.” | De nota van 19 maart 2026 zegt juist dat volledige zekerheid vooraf niet mogelijk is en dat de praktijk leidend blijft. |
Bronnen: Het juiste contract: zzp ja of nee?, FAQ schijnzelfstandigheid en Kamerstuk van 19 maart 2026.
Wat betekent dit concreet voor zzp’ers?
Als jij in de praktijk echt voor eigen rekening en risico werkt, zegt de Rijksoverheid dat er voor jou niets verandert. De kernvraag is dus niet of je je “zzp’er voelt”, maar of je opdracht er feitelijk ook zo uitziet.
- Check je opdracht per situatie. Een eigen onderneming hebben is niet genoeg; je kunt voor de inkomstenbelasting ondernemer zijn en in één specifieke opdracht toch werknemer blijken.
- Kijk scherp naar aansturing. Als de opdrachtgever bepaalt hoe, wanneer en onder welke directe leiding je werkt, stijgt het risico.
- Let extra op bij lage tarieven. Werk je rond of onder €38 per uur, dan is het verstandig om niet alleen je tarief maar ook je contractvorm en werkpraktijk te herzien.
- Gebruik hulpmiddelen, geen schijnzekerheid. De keuzehulp en webmodule zijn nuttig als signalering, niet als vrijbrief.
- Documenteer ondernemerschap. Denk aan eigen acquisitie, eigen materialen, meerdere marktkanalen en ruimte om zelf te bepalen hoe je het werk uitvoert.
Voor je financiële ondergrens kun je onze Uurtarief Calculator gebruiken. Zie dat niet als juridisch bewijs, maar wel als praktische manier om te testen of jouw tarief nog past bij de markt en bij het politieke risico rond het rechtsvermoeden.
Wat betekent dit concreet voor opdrachtgevers?
Voor opdrachtgevers is het belangrijkste risico in 2026 niet dat “VBAR ineens alles verandert”, maar dat de combinatie van lopende handhaving en politieke onzekerheid om een strakkere inhuurdiscipline vraagt. De Rijksoverheid zegt bovendien expliciet dat opdrachtgevers en opdrachtnemers samen verantwoordelijk zijn voor het juiste contract.
- Gebruik een intake die verder gaat dan het uurtarief. Kijk ook naar gezag, inbedding in het team en vrijheid in de uitvoering.
- Beoordeel opdrachten opnieuw. Vooral opdrachten die structureel lijken op regulier werk vragen herontwerp of omzetting.
- Gebruik modelovereenkomsten als hulpmiddel, niet als eindstation. De verlenging tot en met 31 december 2029 neemt niet weg dat de praktijk doorslaggevend is.
- Werk met duidelijke escalatiepunten. Zodra een zelfstandige feitelijk meedraait onder directe aansturing, is de opdracht opnieuw aan beoordeling toe.
- Houd rekening met arbeidsrecht én fiscaliteit. De risico's zitten niet alleen in loonheffingen, maar ook in rechten die horen bij loondienst.
Tijdlijn met harde data
| Datum | Gebeurtenis | Waarom dit relevant is |
|---|---|---|
| 18 december 2024 | Rijksoverheid meldt: in 2025 geen boetes bij handhaving schijnzelfstandigheid; goedgekeurde modelovereenkomsten verlengd tot en met 31 december 2029. | Belangrijk voor de “zachte landing” rond handhaving. |
| 1 januari 2025 | Belastingdienst controleert weer volledig op schijnzelfstandigheid. | De praktijk staat al onder toezicht, ook zonder nieuwe wet. |
| 6 maart 2026 | Kabinet schrapt het verduidelijkingsdeel van VBAR en houdt vast aan het rechtsvermoeden tot €38 per uur. | Dit is de scherpste koerswijziging in 2026. |
| 19 maart 2026 | Nota naar aanleiding van het verslag bevestigt dat alleen het rechtsvermoeden doorloopt. | Maakt duidelijk dat oudere VBAR-uitleg deels achterhaald is. |
| 31 augustus 2026 | In het kamerstuk genoemd als uiterste publicatiedatum in het Staatsblad voor het onderdeel rechtsvermoeden, in verband met de HVP-mijlpaal. | Dit is een beleidsdoel, geen bewijs dat de wet al geldt. |
Veelgestelde vragen
Is de Wet VBAR op 3 april 2026 al ingegaan?
Nee. De Wet VBAR is op 3 april 2026 nog niet van kracht. De Rijksoverheid vermeldt op een oudere FAQ-pagina nog een beoogde datum van 1 juli 2026, maar op 6 maart 2026 maakte het kabinet bekend dat het verduidelijkingsdeel van VBAR is geschrapt en dat alleen het onderdeel rechtsvermoeden wordt voortgezet.
Geldt de grens van €38 per uur nu al als harde zelfstandigennorm?
Nee. De €38-grens hoort bij het wetsvoorstel voor het rechtsvermoeden van werknemerschap en is in officiële stukken gekoppeld aan peildatum 1 januari 2026. Het is geen algemene wettelijke minimumnorm voor alle zzp-opdrachten.
Ben ik veilig als ik meerdere opdrachtgevers heb?
Niet automatisch. De FAQ van de Rijksoverheid zegt expliciet dat meerdere opdrachtgevers slechts één factor zijn binnen de beoordeling. De feitelijke manier van werken blijft doorslaggevend.
Wat geldt er nu al zonder nieuwe wet?
De Belastingdienst controleert sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers kunnen bij schijnzelfstandigheid alsnog met loonheffingen worden geconfronteerd.
Hebben modelovereenkomsten in 2026 nog zin?
Ja, maar beperkt. De Rijksoverheid meldde op 18 december 2024 dat goedgekeurde modelovereenkomsten automatisch zijn verlengd tot en met 31 december 2029. Ze kunnen helpen bij de inrichting van de opdracht, maar ze vervangen geen toets op de feitelijke uitvoering.
Waar kan ik mijn situatie praktisch laten toetsen?
De Rijksoverheid verwijst naar de keuzehulp “Het juiste contract: zzp ja of nee?” en voor opdrachtgevers naar de webmodule beoordeling arbeidsrelaties. Beide hulpmiddelen geven richting, maar geen volledige zekerheid voor individuele gevallen.
Deze tool is uitsluitend bedoeld als indicatie en vormt geen fiscaal advies. Raadpleeg een belastingadviseur voor uw specifieke situatie.